10 - De derde trap
Zoals uit het voorbeeldje blijkt, staat de nevendrieklank III, tertsgewijs tussen de hoofddrieklanken I en V.
III heeft met V gemeen, de belangrijkste tonen van de drieklank, namelijk de grondtoon en de terts.
III heeft met I gemeen, de minder belangrijke tonen van de drieklank, namelijk de terts en de kwint.
Omdat III de belangrijkste tonen met V gemeen heeft, is de functie van III gelijk aan die van V,
dus dominantisch.
III kan dus optreden als plaatsvervanger van V.
Regels voor het gebruik van III:
a) III lost op naar VI.
b) Van III mag in majeur de terts niet worden verdubbeld; in mineur wordt uitsluitend de grondtoon verdubbeld.
c) III wordt graag voorafgegaan door VII
e) III komt niet voor als kwart-sext-akkoord!
opmerking: III komt in de tonale harmonisatie niet zo vaak voor; daarentegen wel in de modale harmonisatie.